Reactie op Omgevingsvisie Gemeente Renkum

Als Groene Wever hebben we een formele reactie (‘zienswijze’) ingediend op de ontwerp-omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie schetst de gemeente de ambities voor de langere termijn voor de ruimtelijke toekomst van Renkum. Duurzaamheid en klimaat zijn daarin belangrijke onderwerpen.

We gaan in op de participatie zoals die de gemeente voor ogen staat. We benadrukken dat we de rolverdeling duidelijk willen houden en ons niet kunnen en willen opwerpen als formele vertegenwoordiger van alle huishoudens in onze wijk. Ook vragen we het college hoe de concretisering van de energietransitie vorm krijgt met de veelheid aan beleidsdocumenten die nu op tafel ligt. Daarnaast hebben we commentaar op de ons inziens ondergeschoven positie van ‘water’ in de omgevingsvisie en pleiten we voor een stevig ‘groen-blauw raamwerk’.

  1. Participatie

    In de omgevingsvisie wordt, in de lijn van de Omgevingswet, veel belang gehecht aan participatie van bewoners en stakeholders. In de plan- en beleidsvorming wordt meer ruimte ingeruimd voor deze participatie. De visie stelt (pag. 57) dat hierover afspraken moeten worden gemaakt. Dit laatste onderschrijven wij en tekenen daarbij aan dat de rolverdeling helder moet zijn en blijven. Bewoners, actief in het buurtinitiatief De Groene Wever, zijn niet gekozen en zijn niet de formele vertegenwoordigers van de buurt in gemeentelijke beleidsvormingsprocessen; de Groene Wever is in de eerste plaats een netwerkorganisatie die ervaringen en kennis uitwisselt, initiatieven op het vlak van duurzaamheid in gang zet en ondersteunt. Ook wordt meegedacht met de gemeente bijv. bij het opstellen van een Warmtevisie, maar De Groene Wever is daarin niet de formele vertegenwoordiger van de buurt.
    Participatie komt in de omgevingsvisie aan de orde als onderdeel van de uitvoering. Wij sluiten ons aan bij de genoemde kernwaarden voor participatie (p. 58) als het gaat om transparantie, inclusiviteit en voorspelbaarheid. In de praktijk wordt echter ook een beroep gedaan op burgers en stakeholders bij de beleidsontwikkeling (zoals deze omgevingsvisie). Participatie (of co-creatie) is verder net zo goed onderdeel van programma- en projectontwikkeling. Op alle vormen van participatie dienen de kernwaarden van toepassing te zijn evenals heldere afspraken over rollen en verantwoordelijkheden.
    Daarbij geldt verder dat goed functioneren van deze participatie staat of valt bij ruimhartige facilitering door de gemeente (korte lijnen, contactpersonen, financiële ondersteuning, weinig administratieve last).

  2. Programma’s.

    De omgevingsvisie is een breed document met ambities en principes. De daadwerkelijke vertaling in keuzes en projecten vindt vervolgens plaats in programma’s (en waar nodig in het formele omgevingsplan met regels).
    Wij vragen ons af hoe deze stappen in de Omgevingswet nu worden doorlopen m.b.t. tot de energietransitie in Renkum. Er is een Transitievisie Warmte, Visie Grootschalige Opwek, Omgevingsvisie; worden deze vertaald naar een programma Energietransitie? Worden daarin de keuzen gemaakt? Is de vaststelling van programma’s een verantwoordelijkheid van het college? Zo ja, hoe wordt daarin (met verwijzing naar punt 1) dan de participatie geregeld?

  3. Groen-blauw raamwerk.

    De omgevingsvisie benoemt de groene hoofdstructuren gemeente breed en per dorp (pag. 28 Visiekaart Gemeente breed, pag. 44 e.v. per dorp). De ‘blauwe’ (water) hoofdstructuren’ worden niet op de kaart gezet.
    De Omgevingsvisie spreekt wel de ambitie uit om ‘verdroging, hittestress en wateroverlast tegen te gaan’ (pag. 33) maar geeft daarvoor geen handvat in de vorm van een ‘blauwe hoofdstructuur’ met kenmerken en ambities voor de watersystemen in de gemeente.
    Ook kan invloed op waardevolle ‘groene gebieden’ verlopen via ‘blauw’: bijv. bouwinitiatieven die effect hebben op waardevolle kwelgebieden elders, of op waterdragende bodemlagen en daarmee op beeksystemen of waterafhankelijke natuur.
    De omgevingsvisie zou als ‘kapstok’ moeten kiezen voor het samenhangende ‘groen-blauwe raamwerk’ (gemeente breed en per dorp) en zich niet moeten beperken tot landschap en natuur, los van het onderliggend watersysteem (voorbeeld: pag. 25: ‘het landschap is leidend bij inpassing van eventuele nieuwe kleinschalige bebouwing’ i.p.v.: ‘de groen-blauwe hoofdstructuur is leidend bij inpassing etc.‘).

  4. Hoofdgroenstructuur in de bebouwde kom.

    b.t. de hoofdgroenstructuur op dorpsniveau zien we in Oosterbeek (en andere dorpen) niet zozeer een samenhangende groenstructuur op het kaartbeeld (pag. 48) maar losse elementen en lijnen. Op de gemeente brede kaartbeelden verdwijnen deze in het vlak van de bebouwde kom, alsof de hoofdgroenstructuur zich niet voortzet in de bebouwde kom.

Hier is de omgevingsvisie te lezen.

Jos Verweij
josverweij@planet.nl
1 Reactie
  • Wilma van der Bruggen
    Geplaatst op 15:56h, 16 november Beantwoorden

    Mooi om te lezen dat de nadruk wordt gelegd op een integrale benadering. Dat is een actueel, maar bijzonder lastig vraagstuk in tal van gemeenten (ervaar ik ook zo in een infrastructurele verkenning in Rotterdam). Dit vraagt om meedenken op een hoog abstractieniveau. Als we daar als inwoners serieus op worden uitgedaagd (zie de kernwaarden), liggen daar zeker de nodige kansen op co-creatie in participatie.

    Groet en dank voor alle inzet!

Geef een reactie